Wiertz vraagt minister Asscher om vergunningsplicht voor uitzendbranche weer in te voeren

De maandelijkse column van uitzendondernemer Harm Wiertz gaat deze keer over de gevolgen van de nieuwe Wet Werk en Zeker. Hij betoogt hoe de nieuwe wetgeving zorgt voor lastenverzwaring voor uitzendorganisaties. Ook zegt hij het te betreuren, dat als gevolg van de nieuwe afspraken de ABU CAO deels opzij is gezet. Hierdoor zijn uitzendorganisaties verplicht alle geldende CAO’s te kennen en te hanteren, “een onmogelijk opgave die bovendien niet gehandhaafd kan worden”. Volgens Wiertz spant men het paard achter de wagen door via de nieuwe Wet Werk en Zeker het kaf van het koren te scheiden. “Minister Asscher ik vraag het u vandaag nogmaals: voer de vergunningsplicht voor de uitzendbranche zo snel mogelijk weer in” aldus Wiertz in zijn blog van deze maand.

Hieronder leest u de integrale tekst:

April: terug naar vergunningsplicht voor uitzendbranche

Deze maanden is de Wet Werk en Zekerheid volop in het nieuws. Minister Asscher wil de flexibiliteit van arbeidsovereenkomsten aan banden leggen. Om dit te bereiken zijn er een aantal maatregelen genomen. Zo heeft ieder tijdelijk contract voortaan een proeftijd en een aanzegtermijn. Binnen het reguliere arbeidsrecht zijn er nog 3 opeenvolgende contracten in twee jaar tijd mogelijk. En iedereen die 2 jaar bij dezelfde werkgever werkzaam is, heeft bij ontslag recht op een transitievergoeding.

Voor arbeidsovereenkomsten die via een uitzendorganisatie lopen -uitzendkrachten- zijn er gelukkig nog volop aanvullende flexibele mogelijkheden. Deze zijn afgesproken met de minister en de sociale partners en vervat binnen de ABU CAO voor Uitzendkrachten. Zo kent de uitzendovereenkomst gedurende de eerste 78 weken volop flexibiliteit zonder proeftijd en aanzegtermijn. Na afloop van die eerste periode is het gedurende 4 jaar mogelijk om maximaal zes opeenvolgende bepaalde tijdscontracten aan te bieden. Het eigen salarishuis van de ABU CAO blijft overeind, maar de CAO van de inlener wordt voortaan belangrijker en is in de meeste gevallen van toepassing. Dit is voor veel uitzendorganisaties een doorn in het oog.

De ABU (Algemene Bond voor Uitzendorganisaties) heeft namens de branche immers steeds gepleit voor een zelfstandige, eigen CAO. Deze eigen arbeidsvoorwaarden zouden de rechten van flexwerkers moeten waarborgen. En zo was dat ook steeds. Flexwerkers werden ingeschaald op basis van werkervaring en opleiding, hadden recht op periodieke verhoging, secundaire arbeidsvoorwaarden, 91% doorbetaling bij ziekte en pensioen. Die eigen, zelfstandige CAO laat de ABU, wellicht onder druk van de minister en sociale partners, nu grotendeels los. Dit leidt tot een onoverkomelijke administratieve lastenverzwaring voor de uitzendbranche. Vanaf nu dient de branche zich immers te vergewissen van de werkingssfeer van alle geldende CAO’s. Deze dienen minutieus gevolgd te worden. Een onmogelijk opgave die bovendien niet gehandhaafd kan worden. Natuurlijk begrijp ik de oorzaak wel.

Vanaf 1999 ontstaat er in ons land een wildgroei aan uitzendorganisaties. Er zijn -sinds die tijd- meer dan 30.000 nieuwe toetreders actief. Een deel van die nieuwe bureaus neemt het niet zo nauw met de geldende regels en beschikt bovendien niet over de noodzakelijke vakkennis om het bij elkaar brengen van werkzoekenden en vacatures te kunnen waarborgen. Aan de andere kant mag ook gezegd worden dat die marktwerking zorgt voor een soepele arbeidsmarkt.

Hierdoor heeft de overheid zich wat betreft de arbeidsvoorziening steeds meer terug kunnen trekken. Toch vind ik dat de nieuwe Wet Werk en Zekerheid doorslaat op een aantal terreinen. Met name daar waar het gaat om het overboord zetten van de ABU CAO. Hiermee spannen we het paard achter de wagen.

De voor de hand liggende -en veel betere- methode om het kaf van het koren te scheiden en flexibiliteit in te tomen is wat mij betreft: het opnieuw invoeren van de vergunningsplicht voor de uitzendbranche. Ik ben altijd al een voorstander geweest van die vergunningsplicht en ik heb steeds gewaarschuwd voor de gevolgen van het afschaffen van die vergunning. Het ziet ernaar uit dat de ontwikkelingen mijn waarschuwingen bevestigen. De branche heeft zich met het afschaffen van de vergunningsplicht in eigen voet geschoten. Er ontstond een oncontroleerbare wildgroei die middels de actuele maatregelen aan banden moet worden gelegd. Minister Asscher ik vraag het u vandaag nogmaals: voer de vergunningsplicht voor de uitzendbranche zo snel mogelijk weer in.